logo-seo

Aanbesteden - sociale clausule

      • Nota

        De sociale clausule invoegen voor lokale besturen, huisvestingsmaatschappijen, …

      • Heel veel lokale besturen houden in hun aankoop- en aanbestedingsbeleid al langer rekening met duurzaamheidscriteria. Maar de gemeenten en OCMW’s kunnen ook aandacht hebben voor de sociale aspecten.

        Een aantal zijn daar reeds druk mee bezig en zeer regelmatig krijgen we als sociaal startcentrum De Werkhoek cvba vragen van lokale ambtenaren, burgemeesters en schepenen, OCMW-voorzitters, … hoe ze dan wel concreet en juridisch correct, sociale criteria kunnen invoegen in hun aankoop- en aanbestedingsbeleid.

        Om daar een antwoord op te vinden hebben we op 20 november 2008 met het startcentrum De Werkhoek cvba in samenwerking met de VVSG en het Provinciebestuur West-Vlaanderen een studiemiddag georganiseerd rond ‘Sociaal aanbesteden voor lokale besturen’.

        Op die dag waren er tal van lokale besturen die vroegen hoe ze die sociale voorkeuren concreet in een offerte konden opnemen. Een veel gevraagde vraag was bv. hoe een lokaal bestuur in de gunningsprocedure voorwaarden kan voorzien om een concrete opdrachten voor groenonderhoud, landschapszorg en natuurbehoud te voorzien voor ‘groene’ sociale werkplaatsen of sociale huisvestingsmaatschappijen die bv. dakisolatie wil uitbesteden aan ‘de energiesnoeiers’. Hieronder een korte leidraad voor het inbrengen van die sociale criteria in dergelijke aanbestedingen.

        Het invoegen van de ‘sociale voorkeur’ binnen aanbestedingen

        Belangrijke raad is om de sociale criteria niet in de gunningscriteria op te nemen tenzij dit rechtstreeks betrekking heeft op het voorwerp van de opdracht (bv. opleiding en begeleiding).

        Voorstel: neem sociale criteria op in de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden.

      • België heeft sinds lange tijd een gedetailleerd uitgewerkte regelgeving overheidsopdrachten, die zich dient in te passen in het Europees wettelijk kader. Zelfs indien geen specifieke wettelijke bepalingen bestaan op nationaal vlak dan nog moeten de verrichtingen verenigbaar zijn met in het bijzonder verdrag van Rome tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de daaruit afgeleide beginselen. Bij deze leidraad hoort een pdf-document waarin u de actuele drempelwaarden voor de bekendmaking vindt. U kan dit document downloaden op de websites www.politeia.be en www.vvsg.be

        Concreet: belangrijk is dat er in de bijzondere uitvoeringsvoorwaarden verwezen wordt naar de beleidsoptie van gemeente X of Y om via deze opdracht mensen uit de kansengroepen extra tewerkstellingskansen te geven en zo extra mogelijkheden te bieden om die mensen te activeren in de samenleving. Concreet kan er verwezen worden naar de wetswijziging van 24 december 1993 inzake de gunning en uitvoering van overheidsopdrachten, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van vrijdag 7 december 2007 (Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet) – volledige wettekst hierna.

        Art. 18bis. § 1. Een aanbestedende overheid kan, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, uitvoeringsvoorwaarden inzake overheidsopdrachten opleggen die het mogelijk maken rekening te houden met sociale en ethische doelstellingen, alsook uitvoeringsvoorwaarden inzake de verplichting tot het verstrekken van opleidingen aan werklozen en jongeren of rekening te houden met de verplichting tot het naleven, in hoofdzaak, van de bepalingen van de basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie, in de veronderstelling dat die niet reeds worden toegepast in het land van oorsprong van de kandidaat of inschrijver.

        § 2. Een aanbestedende overheid kan de deelname aan een gunnings­procedure van een overheids­­opdracht die niet onderworpen is aan verplichtingen die voort­vloeien uit de Europese richt­lijnen of uit een internationale akte inzake overheidsopdrachten voorbehouden aan beschutte werk­plaatsen of sociale inschakelings­ondernemingen, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

        Met beschutte werk­plaats wordt bedoeld : de onderneming waarvan de meeste werknemers, omwille van de aard of de ernst van hun handicap, geen beroepsactiviteiten kunnen uit­oefe­nen in normale omstandigheden. Met sociale inschakelingsonder­neming wordt bedoeld : de onderneming die voldoet aan de voorwaarden van artikel 59 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, of die aan gelijkaardige voorwaarden voldoet in het land van oorsprong van de kandidaat of inschrijver.


        Het is met deze bepaling perfect mogelijk om een aanbesteding uit te schrijven die gericht is op sociale werkplaatsen als De Groene Kans, De Duinenwacht, …

      • Indien meer info nodig, neem zeker met ons contact op.

        Startcentrum De Werkhoek cvba
        Peter Bossu
        Stationsstraat 54B
        8460 Oudenburg
        0485/800.769.
        peter.bossu@skynet.be


      • Publicatie : 2007-12-07


        FEDERALE OVERHEIDSDIENST KANSELARIJ VAN DE EERSTE MINISTER

        23 NOVEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet



        VERSLAG AAN DE KONING
        Sire,
        Na de goedkeuring van de Europese richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG van 31 maart 2004 werd het wenselijk geacht de volledige wetgeving overheidsopdrachten te vervangen teneinde de coherente structuur en logische samenhang van de wetsbepalingen te behouden, zonder afbreuk te doen aan het onderscheid tussen de twee toepasselijke stelsels. Deze hervorming heeft geleid tot de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en van de wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. Deze wetten werden gewijzigd door de wetten van 12 januari 2007 en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 februari 2007. Met uitzondering van een beperkt aantal artikelen zijn deze wetten niet in werking getreden, omdat de uitvoeringsmaatregelen ervan nog worden uitgewerkt.
        In afwachting van de goedkeuring van de uitvoeringsmaatregelen van deze nieuwe wetgeving, dienen enkele aanpassingen en aanvullingen te worden aangebracht in de huidige reglementering met het oog op de omzetting van de dwingende bepalingen van de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG. Daartoe wijzigt dit ontwerp de wet van 24 december 1993 met toepassing van de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid, van die wet, die de Koning de mogelijkheid geven de nodige maatregelen te nemen voor de omzetting van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag en de internationale akten die krachtens dit Verdrag werden genomen.
        Bovendien wijzigt het ontwerp een aantal bepalingen van de koninklijke besluiten van 8 januari 1996, 10 januari 1996 en 18 juni 1996.
        Hoofdstuk I bevat de algemene bepalingen.
        Artikel 1. Dit artikel herinnert eraan dat dit ontwerp kadert in de omzetting van, enerzijds, richtlijn 2004/17/EG van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedure voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en, anderzijds, richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten.
        Volgens deze richtlijnen behandelen de aanbestedende overheden en aanbestedende diensten de aannemers, leveranciers en dienstverleners op gelijke, niet- discriminerende en transparante wijze. Het gaat om beginselen van het Verdrag die ook toepasselijk zijn op opdrachten beneden de Europese drempels.
        Hoofdstuk II is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in de wet van 24 december 1993.
        Art. 2. Dit artikel verduidelijkt artikel 4, § 2, 9°, van de wet. Daartoe legt het, voor de privaatrechtelijke universitaire instellingen, een verband met § 2, 8°, van hetzelfde artikel. Artikel 4, § 2, 8°, legt immers de criteria vast om te bepalen of een persoon de hoedanigheid heeft van aanbestedende overheid.
        Wanneer deze instellingen voldoen aan de in punt 8° bepaalde voorwaarden, worden ze beschouwd als aanbestedende overheden als bedoeld in deze bepaling, overeenkomstig de vaste interpretatie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. In dit verband kan worden verwezen naar de commentaar bij artikel 2 van de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 in de memorie van toelichting (Kamer, Doc. 51 2237/001).
        Rekening houdend met de beperkte machtiging verleend aan de Koning in artikel 43, § 1, eerste lid, van de wet, heeft de nieuwe bepaling enkel betrekking op de overheidsopdrachten die tot het toepassingsgebied van richtlijn 2004/18/EG behoren. Het gaat om de opdrachten die de bedragen voor de Europese bekendmaking bereiken.
        Wat de opdrachten betreft die deze bedragen niet bereiken, blijft voor de privaatrechtelijke universitaire instellingen de oorspronkelijke bepaling van de wet van 24 december 1993 van toepassing. Deze wet is in dat geval enkel van toepassing op de gesubsidieerde opdrachten van deze instellingen.
        Art. 3. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 25bis in titel III van boek I van de wet dat gewijd is aan de concessies voor openbare werken. Indien het geraamde bedrag van de concessie de Europese drempel bereikt, kan de aanbestedende overheid de concessiehouder aanvullende werken gunnen overeenkomstig de voorschriften van artikel 25bis.
        Art. 4 en 5. Artikel 4 wijzigt het opschrift van hoofdstuk III van titel IV van boek I van de wet teneinde het ook toepasselijk te maken op de opdrachten voor aanneming van werken als bedoeld in artikel 5 van het ontwerp.
        Art. 6. Dit artikel wijzigt artikel 41ter, § 1, van de wet, betreffende de uitzondering voor de opdrachten gegund aan verbonden of gemeenschappelijke ondernemingen. Deze uitsluiting, die tot op heden beperkt is tot de opdrachten voor aanneming van diensten, is voortaan eveneens van toepassing op de opdrachten voor aanneming van werken en leveringen. Volgens de overweging 32 van richtlijn 2004/17/EG "moeten sommige opdrachten voor diensten, leveringen en werken, toegekend aan een verbonden onderneming waarvan de voornaamste activiteit erin bestaat deze diensten, leveringen of werken te verrichten voor de groep waarvan zij deel uitmaakt en niet op de markt te verhandelen, worden uitgesloten. Ook bepaalde opdrachten voor diensten, leveringen en werken die een aanbestedende overheid plaatst bij een gemeenschappelijke onderneming, bestaande uit verscheidene aanbestedende overheden, voor de uitoefening van de onder deze richtlijn vallende activiteiten, en waar zij zelf deel van uitmaakt, dienen van het toepassingsgebeid van deze richtlijn te worden uitgesloten. Er dient evenwel te worden voorkomen dat deze uitsluiting leidt tot verstoringen van de mededinging ten gunste van de ondernemingen of gemeenschappelijke onderneming die verbonden zijn met de aanbestedende diensten; er dient te worden voorzien in adequate regels, met name wat betreft de grenzen tot welke de ondernemingen een deel van hun omzet op de markt mogen halen en waarboven zij de mogelijkheid tot overheidsopdrachten zonder oproep tot mededinging verliezen, de samenstelling van de gemeenschappelijke ondernemingen en de stabiliteit van de betrekkingen tussen deze gemeenschappelijke ondernemingen en de aanbestedende overheden waaruit zij bestaan. »
        Art. 7. Dit artikel voert in artikel 48 van de wet een nieuwe definitie in voor de bijzondere of uitsluitende rechten.
        In de richtlijn 93/38/EEG werden deze rechten omschreven als die welke voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van werkzaamheden in de betrokken sectoren aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft. Het bestaan van deze rechten werd bovendien vermoed in twee gevallen : indien de entiteit gebruik kon maken van een onteigeningsprocedure, een erfdienstbaarheid kon vestigen, dan wel delen van het net kon aanbrengen op, onder of boven de openbare weg en indien de entiteit zorgde voor de toevoer van drinkwater, elektriciteit, gas of warmte naar een net dat geëxploiteerd werd door een entiteit die bijzondere of uitsluitende rechten genoot.
        Het begrip "bijzondere of uitsluitende rechten" zoals vermeld in richtlijn 2004/17/EG verschilt van het in de richtlijn 93/38/EEG omschreven begrip. Bijgevolg wordt dit begrip gewijzigd in dit ontwerp.
        De nieuwe definitie behoudt het principe dat deze rechten worden toegekend door een bevoegde overheid van de lidstaten op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van de beoogde werkzaamheden aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft. Ze schrapt evenwel de hierboven vermelde vermoedens en voegt als voorwaarde toe dat de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde werkzaamheden uit te oefenen, wezenlijk nadelig dienen beïnvloed te zijn.
        De overweging 25 van richtlijn 2004/17/EG bevat hieromtrent de volgende toelichting: « Het begrip bijzondere of uitsluitende rechten moet passend gedefinieerd worden. De definitie heeft tot gevolg dat het feit dat een dienst met het oog op de aanleg van netwerken of haven- of luchthavenfaciliteiten gebruik mag maken van een procedure voor de onteigening of het gebruik van eigendom, of faciliteiten mag installeren op, over of onder openbare eigendom, als zodanig geen bijzonder of uitsluitend recht vormt in de zin van deze richtlijn. Ook het feit dat een dienst drinkwater, elektriciteit, gas of warmte levert aan een netwerk dat zelf geëxploiteerd wordt door een dienst waaraan door een bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat bijzondere of uitsluitende rechten zijn verleend, vormt als zodanig geen bijzonder of uitsluitend recht in de zin van deze richtlijn. Ook rechten die in enige vorm, ook via concessieovereenkomsten, door een lidstaat aan een beperkt aantal ondernemingen zijn toegekend op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria aan eenieder die daaraan voldoet de mogelijkheid bieden van deze rechten gebruik te maken, kunnen niet worden aangemerkt als bijzondere of uitsluitende rechten. »
        De gevolgen van deze nieuwe definitie kunnen dan ook als volgt worden samengevat : de privaatrechtelijke entiteiten die enkel tot het toepassingsgebied van de richtlijn behoorden op basis van één van beide bovengenoemde vermoedens, zullen niet meer automatisch tot het toepassingsgebied van de nieuwe richtlijn behoren. Wat de overige entiteiten betreft, moet geval per geval worden nagegaan of de toegekende rechten de mogelijkheden van andere entiteiten om de beoogde werkzaamheden uit te oefenen wezenlijk nadelig beïnvloeden. Indien deze rechten werden toegekend op basis van objectieve, evenredige en niet-discriminerende criteria die eenieder die daaraan voldoet de mogelijkheid bieden om er gebruik van te maken, vormen ze geen bijzondere of uitsluitende rechten als bedoeld in richtlijn 2004/17/EG en in dit artikel.
        Art. 8. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 6.
        Art. 9. Dit artikel beoogt de invoeging in de wet van een artikel 63bis op basis waarvan, overeenkomstig artikel 9 van richtlijn 2004/17/EG, het stelsel kan worden bepaald dat van toepassing is op overheidsopdracht of een opdracht, wanneer het voorwerp ervan betrekking heeft op meerdere werkzaamheden.
        In principe moet deze opdracht worden gegund overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de werkzaamheden waarvoor die hoofdzakelijk bestemd is. Indien de door een gemeente gegunde opdracht bijvoorbeeld zowel betrekking heeft op de vervanging van een deel van een drinkwaternet dat zij beheert als op de vervanging van het wegdek, is het klassieke stelsel van toepassing voor zover de werken aan de weg het belangrijkste deel van de uitgaven vormen. Indien de werken aan het drinkwaternet het meest kosten, valt deze opdracht onder het stelsel van de speciale sectoren.
        In sommige gevallen is het echter onmogelijk objectief vast te stellen voor welke werkzaamheden de opdracht hoofdzakelijk bedoeld is. In dit geval zijn de volgende regels van toepassing :
        1° indien één van de werkzaamheden tot het klassieke stelsel van titel II van boek I en de andere tot de speciale sectoren van titel IV van hetzelfde boek of van boek II behoort, zijn de regels van het klassieke stelsel van toepassing, dus de striktere regels van titel II van boek I;
        2° indien één van de werkzaamheden tot de speciale sectoren behoort en de wet niet van toepassing is op de andere werkzaamheid, gelden de regels van de speciale sectoren, dus die van titel IV van boek I of boek II, naargelang het geval.
        Art. 10. Dit artikel zorgt ervoor dat de uitzondering als bedoeld in voetnoot 2 van bijlage 2 van de wet, niet van toepassing is op de opdrachten die het vastgelegde bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken. Volgens deze voetnoot zijn de spraaktelefonie-, telex-, radiotelefonie-, semafoon- en satellietdiensten uitgesloten van het toepassingsgebied van de telecommunicatiediensten van categorie A 5.
        Deze uitzondering is niet meer vermeld in de richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG, aangezien deze diensten voortaan in mededinging kunnen worden gesteld.
        Hoofdstuk III is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 8 januari 1996.
        Tenzij anders vermeld, gelden de bedoelde wijzigingen enkel voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.
        Art. 11. Dit artikel beoogt de invoeging van een nieuwe paragraaf in artikel 17 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996.
        Deze paragraaf vermeldt de vier nieuwe hypotheses als bedoeld in de richtlijn 2004/18/EG waarin een verplichte uitsluiting van de aannemer, leverancier of dienstverlener geldt.
        Deze hypotheses hebben betrekking op elke veroordeling bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan en waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft. Deze veroordeling moet zijn uitgesproken wegens :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        De overweging 43 van de richtlijn 2004/18/EG bepaalt dat men moet voorkomen dat overheidsopdrachten worden gegund aan ondernemers die hebben deelgenomen aan een criminele organisatie of die zich schuldig hebben gemaakt aan omkoping of fraude ten nadele van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, of aan het witwassen van geld. De aanbestedende overheden verzoeken in voorkomend geval de kandidaten/inschrijvers om passende documenten en kunnen, in geval van twijfel over de persoonlijke situatie van de kandidaten/inschrijvers, de bevoegde overheden van de betrokken lidstaat om medewerking verzoeken. Deze ondernemers moeten worden uitgesloten zodra de aanbestedende overheid kennis heeft van een overeenkomstig het nationaal recht uitgesproken en in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing met betrekking tot dergelijke strafbare feiten.
        De verplichte uitsluiting is van toepassing behalve indien sprake is van dwingende redenen van algemeen belang. Het is immers mogelijk dat de aanbestedende overheid in bepaalde situaties, zoals bij een monopolie, toch een overeenkomst moet afsluiten met een in gebreke gebleven onderneming teneinde nog grotere schade te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een tekort aan wisselstukken die voor de veiligheid van de bestaande installaties moeten zorgen.
        Art. 12. Dit artikel beoogt de invoeging van een nieuw lid in artikel 19 van hetzelfde besluit. Deze bepaling stemt overeen met artikel 71, eerste lid, van het koninklijk besluit dat het in een aantal gevallen mogelijk maakt om de technische of beroepsbekwaamheid van de kandidaten of inschrijvers te beoordelen op grond van hun know-how, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid. Ze heeft voortaan niet enkel betrekking op de opdrachten voor diensten, maar ook op de opdrachten voor aanneming van werken. Bijgevolg verruimt ze het toepassingsgebied van de referenties die voor deze opdrachten kunnen worden gevraagd betreffende de technische of beroepsbekwaamheid.
        Art. 13. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 20bis in hetzelfde besluit. Deze bepaling zorgt voor de uitbreiding tot de opdrachten voor aanneming van werken van een voorschrift betreffende de overeenstemming met bepaalde kwaliteitsnormen dat gelijkaardig is aan dat van artikel 73 van het koninklijk besluit, en dat tot op heden enkel van toepassing is op de opdrachten voor aanneming van diensten.
        Art. 14. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 20ter in hetzelfde besluit. Wanneer de aard van de werken rechtvaardigt dat bij de uitvoering van de opdracht milieubeheersmaatregelen of -systemen worden toegepast, kan de toepassing van dergelijke maatregelen of systemen worden verlangd. Milieubeheerssystemen kunnen, onafhankelijk van hun registratie overeenkomstig de communautaire instrumenten zoals de verordening (EG) nr. 761/2001 (EMAS) het bewijs leveren van de technische bekwaamheid van de aannemer om de opdracht uit te voeren. Informatie over EMAS is onder meer te vinden op de website van de Europese Commissie (http://ec.europa.eu). Bovendien moet een beschrijving van de door de aannemer toegepaste maatregelen om hetzelfde niveau inzake milieubescherming te waarborgen, als alternatief bewijsmiddel voor geregistreerde milieubeheersystemen, worden aanvaard.
        Art. 15. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 11 van het ontwerp.
        Art. 16. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 45 in hetzelfde besluit. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 12 van het ontwerp. Wat de overheidsopdrachten voor aanneming van leveringen betreft, is artikel 45 evenwel enkel van toepassing op de opdrachten waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn.
        Art. 17. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 13 van het ontwerp.
        Art. 18. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 11 van het ontwerp.
        Art. 19. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 13 van het ontwerp.
        Art. 20. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 14 van het ontwerp.
        Art. 21. In artikel 75, § 2, van hetzelfde besluit, betreffende de prijsvraag voor ontwerpen, worden enkele verduidelijkingen aangebracht.
        Het gewijzigde punt 3° neemt de anonimiteitsregel over, maar dan enkel voor de prijsvragen die het bedrag voor de Europese bekendmaking bereiken. In dit geval moeten de ontwerpen anoniem aan de jury worden voorgesteld. De anonimiteit moet worden gerespecteerd tot de beslissing of het advies van de jury, naargelang het geval, bekend is.
        Het nieuwe punt 6°, dat geldt ongeacht het bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen, verbiedt de jury op enigerlei wijze kennis te nemen van de inhoud van de offertes vóór het verstrijken van de indieningstermijn van de offertes.
        Volgens het tweede en derde lid evalueert de jury de ontwerpen aan de hand van de beoordelingscriteria en stelt ze een proces-verbaal op van de gemaakte keuze. Uit het vierde en vijfde lid blijkt dat indien toelichting vereist is, de deelnemers kunnen worden verzocht de in dat proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden. Dit gebeurt met inachtneming van de anonimiteit indien de wedstrijd de drempel voor de Europese bekendmaking bereikt. Ook deze dialoog wordt opgenomen in een volledig proces-verbaal.
        Het nieuwe punt 7, dat zoals punt 6 geldt ongeacht het bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen, heeft betrekking op de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie. Deze verduidelijking is aangebracht ingevolge het advies van de Raad van State.
        Art. 22. Dit artikel preciseert dat de bestaande definities van technische specificaties, norm, Europese norm, Europese technische goedkeuring, gemeenschappelijke technische specificatie en fundamentele voorschriften in artikel 82 van hetzelfde besluit enkel behouden blijven voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt.
        Art. 23. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 82bis in hetzelfde besluit met het oog de introductie daarin, voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt, van nieuwe definities voor de technische specificaties, de norm, de Europese technische goedkeuring, de gemeenschappelijke technische specificaties en het technisch referentiekader. Deze begrippen zijn terug te vinden in bijlage VI van richtlijn 2004/18/EG.
        Art. 24. Dit artikel preciseert dat de bestaande bepalingen inzake het gebruik van normen op het vlak van de technische specificaties in artikel 83 van hetzelfde besluit enkel behouden blijven voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt.
        Art. 25. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 83bis in hetzelfde besluit teneinde hierin de functionele benadering met betrekking tot de technische specificaties te introduceren.
        Paragraaf 1 herinnert eraan dat de onderhavige bepaling geldt voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.
        Paragraaf 2 bevat de bepaling volgens dewelke de aanbestedende overheid de technische specificaties opneemt in de opdrachtdocumenten.
        Artikel 23, 1, alsook overweging 29 van richtlijn 2004/18/EG gaan nader in op een bekommernis die zeer ruim geformuleerd is op Europees niveau. Ze betreft het in overweging nemen van toegankelijkheidscriteria in de technische specificaties, teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, met inbegrip van personen met een handicap.
        De §§ 4 tot 6 behandelen de technische specificaties, het aantonen van de overeenstemming met de voorschriften van de technische specificaties, naargelang ze werden aangegeven door verwijzing naar normen of functionele eisen, en het voorschrijven van milieukenmerken.
        De overweging 29 van de richtlijn luidt als volgt : « De door de aanbestedende diensten opgestelde technische specificaties moeten de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging mogelijk maken; daartoe moet het mogelijk zijn inschrijvingen in te dienen waarin de diversiteit van de technische oplossingen tot uiting komt. Te dien einde moeten enerzijds de technische specificaties kunnen worden opgesteld in termen van prestaties en functionele eisen en moeten anderzijds, bij verwijzing naar de Europese - of bij ontstentenis daarvan naar de nationale - norm, op andere gelijkwaardige oplossingen gebaseerde inschrijvingen door de aanbestedende dienst in overweging worden genomen. Om de gelijkwaardigheid aan te tonen, moeten de inschrijvers elk bewijsmiddel kunnen gebruiken. Overheidsdiensten moeten iedere beslissing dat er geen sprake is van gelijkwaardigheid, kunnen motiveren. Aanbestedende diensten die in de technische specificatie van een bepaalde opdracht milieueisen wensen op te nemen, kunnen de milieukenmerken, zoals een bepaalde productiemethode, en/of het milieueffect van specifieke productgroepen of -diensten voorschrijven. Zij kunnen, zonder dat daartoe een verplichting bestaat, de passende specificaties gebruiken die zijn omschreven in milieukeuren, zoals de Europese milieukeur, (pluri)nationale milieukeuren of een andere milieukeur indien de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld en aangenomen op grond van wetenschappelijke gegevens via een proces waaraan de betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties, kunnen deelnemen en indien de keur toegankelijk en beschikbaar is voor alle betrokken partijen. »
        In dit verband kan ook worden verwezen naar de omzendbrief P&O/DD/1 van 27 januari 2005 betreffende de implementatie van het duurzame ontwikkelingsbeleid bij de overheidsopdrachten van leveringen gelanceerd door aanbestedende overheden van de federale overheid die behoren tot de klassieke sectoren (Belgisch Staatsblad van 4 februari 2005), alsook naar de omzendbrief P&O/DD/2 van 18 november 2005 betreffende het aankoopbeleid van de federale overheid ter bevordering van het gebruik van duurzaam geëxploiteerd hout (Belgisch Staatsblad van 9 februari 2005).
        Art. 26. Dit artikel wijzigt het tweede lid van § 5 van artikel 110 van hetzelfde besluit. Deze bepaling herinnert aan de toepassing van artikel 110, § 3, van het koninklijk besluit betreffende het onderzoek van abnormaal lage prijzen. Indien een dusdanige prijs is verantwoord op grond van een overheidssteun, dient de aanbestedende overheid de inschrijver te bevragen omtrent de rechtmatigheid van de steun. Deze verduidelijking is aangebracht ingevolge het advies van de Raad van State.
        Tot op heden dient de Europese Commissie in kennis te worden gesteld van elke afwijzing van een abnormaal lage offerte wanneer de opdracht onderworpen is aan de Europese bekendmaking. Voortaan heeft deze verplichting enkel nog betrekking op diezelfde opdrachten indien het abnormaal lage karakter van de offerte voortvloeit uit het feit dat de inschrijver overheidssteun heeft genoten die onrechtmatig is toegekend.
        Art. 27. Dit artikel brengt een precisering aan voor de toepassing van artikel 17, § 2, 1°, d, van de wet. Deze laatste bepaling betreft de hypothese waarbij enkel onregelmatige offertes of onaanvaardbare prijzen werden ingediend naar aanleiding van een aanbesteding of offerteaanvraag. In dit geval kan een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking gerechtvaardigd zijn, mits de oorspronkelijke voorwaarden van de opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd en de aanbestedende overheid alle inschrijvers raadpleegt die aan de eisen inzake kwalitatieve selectie beantwoorden en een formeel regelmatige offerte (bv. de offerte is ondertekend, ze bevat een voorstel betreffende een verplichte variante, ze voldoet aan de vormvereisten en is tijdig ingediend, ) hebben ingediend bij de eerste procedure (zie het arrest van de Raad van State van 15 maart 2006, zaak nr. 156.427).
        Volgens de aangebrachte precisering mogen enkel die inschrijvers worden geraadpleegd.
        Art. 28. Dit artikel brengt een precisering aan in artikel 122bis van hetzelfde besluit. De verplichting om de gunningscriteria te wegen is ook van toepassing in geval van een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking wanneer het bedrag voor de Europese bekendmaking wordt bereikt en meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners worden geraadpleegd.
        Art. 29. Dit artikel vervolledigt artikel 133, § 2, van hetzelfde besluit dat de termijnen voor de ontvangst van de aanvragen tot deelneming of van de offertes bepaalt wanneer de concessiehouder geen aanbestedende overheid is. Deze termijnen moeten dienovereenkomstig worden verlengd in de in § 2 opgesomde gevallen. De bedoelde verlenging moet de inschrijvers toelaten kennis te nemen van alle nodige informatie voor het opstellen van hun offerte.
        Hoofdstuk IV is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 10 januari 1996.
        De bedoelde wijzigingen gelden enkel voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.
        Art. 30 tot 33. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 11, 13 en 14 van het ontwerp.
        Art. 34. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 13 van het ontwerp.
        Art. 35. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 11 van het ontwerp.
        Art. 36 en 37. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 13 en 14 van het ontwerp.
        Art. 38. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 21 van het ontwerp.
        Art. 39 tot 44. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 22 tot 26 en 28 van het ontwerp.
        Hoofdstuk V is gewijd aan de wijzigingen aangebracht in het koninklijk besluit van 18 juni 1996.
        Art. 45 en 46. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 13 en 14 van het ontwerp.
        Art. 47. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 26 van het ontwerp.
        Art. 48. Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 21 van het ontwerp.
        Art. 49. Dit artikel wijzigt het opschrift van hoofdstuk IIIbis van hetzelfde besluit om te bepalen dat het ook betrekking heeft op de vertrouwelijkheid van de informatie.
        Art. 50. Dit artikel beoogt de invoeging van een artikel 19 sexies in hetzelfde besluit. Het heeft betrekking op de bescherming van de integriteit van de gegevens en van de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de offertes. Het gaat om een algemene regel die geldt ongeacht de gebruikte communicatiemiddelen.
        Art. 51 en 52. Er wordt verwezen naar de respectieve commentaren bij de artikelen 23 en 24 van het ontwerp.
        Art. 53. Dit artikel vervangt artikel 22, § 3, van hetzelfde besluit door een nieuwe bepaling. Volgens deze bepaling mag een variante niet worden afgewezen enkel omwille van het feit dat, indien de aanbestedende overheid ze zou aanvaarden, een opdracht voor aanneming van diensten een opdracht voor aanneming van leveringen zou worden of omgekeerd. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn voor een opdracht betreffende de ontwikkeling van software via een opdracht voor aanneming van diensten, terwijl een concurrent als variante een softwarepakket zou indienen dat voldoet aan de eisen van de aanbestedende overheid.
        Art. 54. Dit artikel wijzigt de §§ 3 en 4 van artikel 33 van hetzelfde besluit. Deze bepalingen gaan nader in op de informatie verstrekt aan de kandidaten en inschrijvers en op de motivering van de beslissing genomen door de aanbestedende entiteit. Ze zijn voortaan van toepassing in alle speciale sectoren. Niettegenstaande hun meer beknopte formulering, verzekeren deze paragrafen de omzetting van artikel 49, 1 en 2, eerste lid, van de richtlijn 2004/17/EG. Ze beslaan immers de verschillende procedurefases waarin de aanbestedende entiteit beslissingen neemt.
        Hoofdstuk VI bevat de slotbepalingen.
        Art. 55. Dit artikel regelt de inwerkingtreding van dit ontwerp.
        Art. 56. Dit artikel bevat de bepaling die de Eerste Minister belast met de uitvoering van dit ontwerp.
        De aanbeveling van de Raad van State om samen met dit ontwerp een concordantietabel bekend te maken, is gezien de beperkte omvang van de wijzigingen niet gevolgd.
        Ik heb de eer te zijn,
        Sire,
        van Uwe Majesteit,
        de zeer eerbiedige
        en zeer getrouwe dienaar,
        De Eerste Minister,
        G. VERHOFSTADT

        Advies 43.784/1 van 8 november 2007 van de afdeling wetgeving van de Raad van State
        De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 5 november 2007 door de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van vijf werkdagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet", heeft het volgende advies gegeven:
        Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
        Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
        In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid dat
        "la Commission européenne a introduit les 14 et 15 juin 2007 un recours auprès de la Cour de Justice des Communautés européennes en vue de faire condamner le Royaume de Belgique pour la non-transposition dans le délai respectivement de la directive 2004/17/CE (affaire C-287/07) et de la directive 2004/18/CE (affaire C-292/07). Le présent projet vise précisément à éviter une condamnation certaine et les sanctions y liées".
        Overeenkomstig artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, heeft de afdeling wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan.
        STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP
        1. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe diverse wijzigingen aan te brengen in, eensdeels, de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en, anderdeels, bepaalde van de ter uitvoering van die wet tot stand gekomen koninklijke besluiten.
        Aan de ontworpen wijzigingen ligt de bedoeling ten grondslag om, in afwachting dat de wetten van 15 (1) en 16 juni 2006 (2) in werking treden, door middel van een aanpassing van de heden nog van toepassing zijnde regelgeving, de dwingende bepalingen van richtlijnen 2004/17/EG (3) en 2004/18/EG (4) in het interne recht om te zetten (5) en op die wijze tegemoet te komen aan de bezwaren die de Europese Commissie in dat verband heeft geformuleerd. De ontworpen regeling is zodoende tijdelijk van aard, in die zin dat de definitieve omzetting van de voornoemde richtlijnen zal gebeuren door en ter uitvoering van de wetten van 15 en 16 juni 2006, van zodra die wetten in werking zullen zijn getreden en in de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten ervan zal zijn voorzien.
        2. De ontworpen regeling vindt vooreerst rechtsgrond in artikel 65 van de reeds genoemde wet van 24 december 1993, dat luidt :
        « De Koning kan de maatregelen nemen, met inbegrip van de opheffing, aanvulling, wijziging of vervanging van wetsbepalingen, die nodig zijn om de omzetting te verzekeren van de verplichte bepalingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de internationale maatregelen die genomen werden krachtens dit verdrag en die, enerzijds, de opdrachten voor aanneming van werken en leveringen betreffen bedoeld in dit boek, en anderzijds, de opdrachten voor aanneming van diensten die zullen onderworpen worden aan de voornoemde verplichte bepalingen.
        De maatregelen zullen het voorwerp uitmaken van een verslag dat zal voorgelegd worden aan de wetgevende Kamers in de loop van de zitting indien zij vergaderen, zo niet bij de aanvang van hun eerstvolgende zitting. »
        Aangezien de ontworpen wijzigingen onder de artikelen 2, 3, 5 en 6 van het ontwerp betrekking hebben op de opdrachten voor aanneming van werken en leveringen bedoeld in boek I van de wet van 24 december 1993, moet ook artikel 43, § 1, van die wet worden geacht rechtsgrond te bieden voor het ontwerp. Artikel 43, § 1, luidt :
        « De Koning kan, voor de overheidsopdrachten en de concessies van openbare werken onderworpen aan dit boek, elke maatregel, met inbegrip van de opheffing, aanvulling, wijziging of vervanging van wetsbepalingen, nemen die nodig is om de omzetting te verzekeren van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de internationale maatregelen die krachtens dit verdrag genomen werden.
        Deze maatregelen zullen het voorwerp uitmaken van een verslag dat zal voorgelegd worden aan de wetgevende Kamers in de loop van de zitting indien zij vergaderen, zo niet bij de aanvang van hun eerstvolgende zitting. »
        Aan het einde van het eerste lid van de aanhef van het ontwerp moet derhalve de rechtsgrond voor het ontwerp worden gepreciseerd door te schrijven: "..., inzonderheid op de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid;".
        ALGEMENE OPMERKINGEN
        1. Rekening houdend met de omvang en de complexiteit van de hem om advies voorgelegde ontwerptekst en met het korte tijdsbestek dat hem voor het uitbrengen van zijn advies is gelaten, heeft de Raad van State, afdeling wetgeving, zich toegespitst op de vraag of met de ontworpen regeling richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG naar behoren zijn omgezet in de interne rechtsorde. Deze vraag houdt trouwens direct verband met de reden waarom de ontworpen regeling is uitgewerkt geworden.
        De betrokken vraag valt niet makkelijk en met zekerheid te beantwoorden. Er is immers niet enkel de ingewikkeldheid van de voornoemde Europeesrechtelijke teksten, maar ook het gegeven dat de omzetting van de betrokken richtlijnen in het interne recht over diverse normatieve teksten, van uiteenlopende juridische waarde, wordt gespreid. Daar komt nog bij dat de omzetting van de richtlijnen in de ontworpen regeling wordt geënt op het bestaande wettelijke en reglementaire kader dat evenwel zal worden vervangen door de regelgeving die is vervat in de wetten van 15 en 16 juni 2006 en in de nog tot stand te brengen uitvoeringsbesluiten daarvan, eenmaal die regelgeving in werking zal zijn getreden. Deze complexiteit ten spijt, meent de Raad van State, afdeling wetgeving, niettemin te moeten opmerken wat volgt.
        2. Er dient op te worden toegezien dat alle onderdelen van richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG die binnen het regelgevende kader van de wet van 24 december 1993 en de uitvoeringsbesluiten ervan kunnen worden geïmplementeerd, ook effectief naar behoren in de interne rechtsorde worden omgezet. Bij sommige artikelen van het ontwerp is dat niet het geval of valt minstens te betwijfelen of de omzetting van de desbetreffende richtlijnbepalingen wel volkomen is.
        In dat verband kan onder meer worden gewezen op wat volgt :
        - met betrekking tot de ontworpen bepalingen onder artikel 21 van het ontwerp rijst de vraag op welke wijze erin wordt tegemoet gekomen aan het vereiste dat wordt vermeld in artikel 71, lid 2, van richtlijn 2004/18/EG volgens hetwelk de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens op zodanige wijze geschieden dat de integriteit en het vertrouwelijke karakter van alle door de deelnemers aan de prijsvraag ingezonden informatie worden gehandhaafd. Een bepaling zoals die welke voorkomt in artikel 50 van het ontwerp en waarin wordt tegemoet gekomen aan het vereiste dat is ingeschreven in artikel 64, lid 2, van richtlijn 2004/17/EG, ontbreekt;
        - gelet op de specificiteit van het geval beoogd in het ontworpen artikel 110, § 5, tweede lid, van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 (6) (artikel 26 van het ontwerp), lijkt ook het bepaalde in artikel 55, lid 3, van richtlijn 2004/18/EG te moeten worden omgezet. Naar luid van die bepaling is het zo dat, wanneer een aanbestedende dienst constateert dat een inschrijving abnormaal laag is doordat de inschrijver overheidssteun heeft gekregen, de inschrijving uitsluitend op die grond kan worden afgewezen wanneer de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun rechtmatig is toegekend;
        - de ontworpen bepaling onder artikel 29 van het ontwerp is - alleszins op redactioneel vlak - niet geheel in overeenstemming met hetgeen artikel 38, lid 7, van richtlijn 2004/18/EG voorschrijft, namelijk dat "de termijnen voor de ontvangst van de inschrijvingen zodanig worden verlengd dat alle betrokken ondernemers van alle nodige informatie voor de opstelling van de inschrijvingen kennis kunnen nemen". In de ontworpen bepaling wordt enkel vermeld dat in het betrokken geval de termijnen "dienovereenkomstig" worden verlengd, hetgeen minder expliciet en minder duidelijk is dan in de aangehaalde richtlijnbepaling het geval is;
        - bij de ontworpen bepalingen onder artikel 38 van het ontwerp rijst de vraag op welke wijze wordt tegemoet gekomen aan het bepaalde in artikel 64, lid 2, van richtlijn 2004/17/EG;
        - bij de ontworpen bepaling onder artikel 43 van het ontwerp kan een gelijkaardige opmerking worden gemaakt als hetgeen ten aanzien van artikel 26 van het ontwerp is opgemerkt, zij het nu met verwijzing naar het bepaalde in artikel 57, lid 3, van richtlijn 2004/17/EG;
        - het summiere karakter van de ontworpen bepalingen onder artikel 54 van het ontwerp beantwoordt op het eerste gezicht niet aan de meer uitgewerkte regeling die op dat vlak is vervat in artikel 49, leden 1 en 2, van richtlijn 2004/17/EG.
        3. Mochten de stellers van het ontwerp van oordeel zijn dat de onder 2 gesignaleerde onvolkomenheden worden opgevangen door andere wets- of reglementaire bepalingen, dan wordt zulks ter wille van de duidelijkheid en de rechtszekerheid best in het verslag aan de Koning geëxpliciteerd. Om dezelfde redenen verdient het aanbeveling dat de concordantietabel die aan de Raad van State, afdeling wetgeving, werd bezorgd en waaruit blijkt welke bepalingen van het ontwerp beogen welke bepalingen van richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG in het interne recht om te zetten, mee zou worden bekendgemaakt.
        De kamer was samengesteld uit
        de heren M. Van Damme, kamervoorzitter,
        J. Baert, staatsrad,
        W. Van Vaerenbergh, staatsraden,
        Mevr. G. Verberckmoes, griffier.
        Het verslag werd uitgebracht door de H. P. Depuydt, eerste auditeur-afdelingshoofd.
        De griffier,
        G. Verberckmoes
        De voorzitter,
        M. Van Damme
        _______
        Nota's
        (1) Wet van 15 juni 2006 [inzake] overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
        (2) Wet van 16 juni 2006 betreffende de gunning, informatie aan kandidaten en inschrijvers en wachttermijn inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten.
        (3) Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten.
        (4) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten.
        (5) De omzetting van de beide voornoemde richtlijnen diende tegen uiterlijk 31 januari 2006 te zijn gerealiseerd.
        (6) Koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken.

        23 NOVEMBER 2007. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en van sommige koninklijke besluiten tot uitvoering van deze wet
        ALBERT II, Koning der Belgen,
        Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
        Gelet op de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, inzonderheid op de artikelen 43, § 1, eerste lid, en 65, eerste lid;
        Gelet op het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, inzonderheid op artikel 17, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, artikel 19, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, artikel 43, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, de artikelen 43, 45 en 69, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, de artikelen 73, 82 en 83, artikel 110, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en 18 februari 2004, artikel 122bis, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006 en artikel 133, ingevoegd door het koninklijk besluit van 22 april 2002;
        Gelet op het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, inzonderheid op de artikelen 17, 39 en 60, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, de artikelen 61, 67 en 68, artikel 98, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en 18 februari 2004, en artikel 110bis, ingevoegd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006;
        Gelet op het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, inzonderheid op de artikelen 1, 14, 16, 20 tot 22 en artikel 33, gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 maart 1999;
        Gelet op het advies van de Commissie voor de overheidsopdrachten, gegeven op 22 oktober 2007;
        Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 22 oktober 2007;
        Gelet op het advies nr. 43.784/1 van de Raad van State, gegeven op 8 november, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
        Het spoedeisende karakter wordt verantwoord op grond van het feit dat de Europese Commissie op 14 en 15 juni 2007 een geding aanhangig heeft gemaakt voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, teneinde het Koninkrijk België te laten veroordelen voor het niet tijdig omzetten van richtlijn 2004/17/EG (zaak C-287/07) respectievelijk richtlijn 2004/18/EG (zaak C-292/07). Het onderhavige ontwerp strekt er precies toe een gewisse veroordeling en de daaraan gekoppelde sancties te vermijden.
        Op de voordracht van Onze Eerste Minister en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers,
        Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
        HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
        Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van sommige bepalingen van de richtlijn 2004/17/EG van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedure voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en van richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten.
        HOOFDSTUK II. - Wijzigingen aan de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten
        Art. 2. In artikel 4, § 2, van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 januari 1999, wordt het punt 9° aangevuld als volgt :
        « Indien deze instellingen voldoen aan de voorwaarden van punt 8°, zijn deze bepalingen op hen van toepassing voor de opdrachten die de bedragen voor de Europese bekendmaking bereiken. »
        Art. 3. In dezelfde wet wordt een artikel 25bis ingevoegd, luidende :
        "Art. 25bis - Wanneer het geraamde bedrag van de concessie het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt, mag de aanbestedende overheid aan de concessiehouder aanvullende werken gunnen die noch in het aanvankelijk overwogen ontwerp van de concessie, noch in het oorspronkelijke contract waren opgenomen en die als gevolg van onvoorziene omstandigheden voor de uitvoering van het bouwwerk zoals dat daarin is beschreven, noodzakelijk zijn geworden, mits zij worden gegund aan de aannemer die dit bouwwerk uitvoert :
        - wanneer deze aanvullende werken uit technisch of economisch oogpunt niet los van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden uitgevoerd zonder ernstig bezwaar voor de aanbestedende overheid, of
        - wanneer deze werken, hoewel zij van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht kunnen worden gescheiden, strikt noodzakelijk zijn voor de vervolmaking ervan.
        Het gecumuleerde bedrag van de voor de aanvullende werken gegunde opdrachten mag echter niet hoger zijn dan vijftig percent van het bedrag van het initiële bouwwerk waarvoor de concessie is verleend. »
        Art. 4. In het opschrift van hoofdstuk III van titel IV van boek I van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 januari 1996, worden de woorden "van werken," ingevoegd tussen de woorden "voor aanneming" en "van leveringen".
        Art. 5. In artikel 41bis van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 januari 1996, wordt vóór het eerste streepje, het volgend streepje toegevoegd :
        « - overheidsopdracht voor aanneming van werken : de overeenkomst onder bezwarende titel, voor een geraamd bedrag zonder belasting over de toegevoegde waarde dat gelijk is aan of groter is dan de bedragen vastgesteld door de Koning voor de overheidsopdrachten onderworpen aan de Europese bekendmaking, gesloten tussen een aannemer en een aanbestedende overheid en die betrekking heeft op hetzij het uitvoeren, hetzij zowel het ontwerpen als het uitvoeren van werken in het kader van één van de in bijlage 1 van deze wet vermelde werkzaamheden of van een bouwwerk, dan wel het laten uitvoeren, met elke middelen dan ook, van een bouwwerk dat aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde behoeften voldoet. Een bouwwerk is het product van een geheel van bouwkundige of civieltechnische werken dat ertoe bestemd is als zodanig een economische of technische functie te vervullen;".
        Art. 6. Artikel 41ter, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd door het koninklijk besluit van 10 januari 1996, wordt vervangen als volgt :
        « Art 41ter - § 1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op :
        1° de overheidsopdrachten :
        a) die door een overheidsbedrijf aan een verbonden onderneming worden gegund, of
        b) die, met het oog op de uitoefening van de in dit hoofdstuk bedoelde werkzaamheden, door een gemeenschappelijke onderneming, bestaande uit meerdere overheidsbedrijven en uit aanbestedende diensten als bedoeld in boek II, worden gegund aan één van deze overheidsbedrijven of aanbestedende diensten of aan een onderneming die verbonden is met één van deze overheidsbedrijven of aanbestedende diensten.
        Deze uitzondering geldt slechts op voorwaarde dat minstens tachtig percent van de gemiddelde omzet, die deze onderneming respectievelijk inzake werken, leveringen of diensten verwezenlijkt heeft tijdens de voorbije drie jaar, voortvloeit uit deze werken, leveringen of diensten verricht voor rekening van de ondernemingen waarmee zij verbonden is.
        Wanneer de omzet over de voorbije drie jaar niet beschikbaar is op basis van de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfswerkzaamheden van de verbonden onderneming, volstaat het dat deze onderneming onder meer door het extrapoleren van werkzaamheden aantoont dat de gemiddelde omzet aannemelijk is.
        Wanneer identieke of gelijkaardige werken, leveringen of diensten door meer dan één met het overheidsbedrijf of de aanbestedende dienst verbonden onderneming worden verricht, dient rekening te worden gehouden met de totale omzet die respectievelijk voortvloeit uit de door deze ondernemingen gepresteerde werken, leveringen of diensten.
        Onder verbonden onderneming wordt verstaan: een onderneming waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van het overheidsbedrijf of aanbestedende dienst overeenkomstig de voorschriften van de zevende richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op basis van artikel 54, 3, g, van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening. In het geval van overheidsbedrijven of van aanbestedende diensten die niet tot het toepassingsgebied van richtlijn 83/349/EEG behoren, verstaat men onder "verbonden onderneming" elke onderneming :
        i) waarop het overheidsbedrijf of de aanbestedende dienst rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen omdat deze
        - de meerderheid van het kapitaal van de onderneming bezit, of
        - over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de onderneming uitgegeven aandelen zijn verbonden, of
        - meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen;
        ii) of die eenzelfde overheersende invloed als in i) kan uitoefenen op het overheidsbedrijf of de aanbestedende dienst;
        iii)of die, zoals het overheidsbedrijf of de aanbestedende dienst, onder eenzelfde overheersende invloed als in 1° staat die uitgaat van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of van de voor deze laatste onderneming geldende voorschriften. »
        Art. 7. Artikel 48, zesde streepje, van dezelfde wet, gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 juni 1996, wordt vervangen als volgt :
        « - bijzondere of uitsluitende rechten : de rechten die voortvloeien uit een door een bevoegde overheid verleende machtiging op grond van een wettelijke, reglementaire of administratieve bepaling die tot gevolg heeft dat de uitoefening van een van de in dit boek bedoelde werkzaamheden aan een of meer entiteiten voorbehouden blijft waardoor de mogelijkheden van andere entiteiten om dezelfde werkzaamheid uit te oefenen wezenlijk nadelig worden beïnvloed;".
        Art. 8. Artikel 57, 8°, van dezelfde wet, gewijzigd door het koninklijk besluit van 18 juni 1996, wordt vervangen als volgt :
        « 8° de opdrachten :
        a) die door een aanbestedende dienst aan een verbonden onderneming worden gegund, of
        b) die, met het oog op de uitoefening van de in deze titel bedoelde werkzaamheden, door een gemeenschappelijke onderneming, bestaande uit meerdere aanbestedende diensten als bedoeld in dit boek en uit overheidsbedrijven als bedoeld in titel IV van boek I, worden gegund aan één van deze aanbestedende diensten of overheidsbedrijven of aan een onderneming die verbonden is met één van deze aanbestedende diensten of overheidsbedrijven.
        Deze uitzondering geldt slechts op voorwaarde dat minstens tachtig percent van de gemiddelde omzet, die deze onderneming respectievelijk inzake werken, leveringen of diensten verwezenlijkt heeft tijdens de voorbije drie jaar, voortvloeit uit deze werken, leveringen of diensten verricht voor rekening van de ondernemingen waarmee zij verbonden is.
        Wanneer de omzet over de voorbije drie jaar niet beschikbaar is op basis van de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfswerkzaamheden van de verbonden onderneming, volstaat het dat deze onderneming onder meer door het extrapoleren van werkzaamheden aantoont dat de gemiddelde omzet aannemelijk is.
        Wanneer identieke of gelijkaardige werken, leveringen of diensten door meer dan één met de aanbestedende dienst of het overheidsbedrijf verbonden onderneming worden verricht, dient rekening te worden gehouden met de totale omzet die respectievelijk voortvloeit uit de door deze ondernemingen gepresteerde werken, leveringen of diensten.
        Onder verbonden onderneming wordt verstaan : een onderneming waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van het aanbestedende dienst of overheidsbedrijf overeenkomstig de voorschriften van de zevende richtlijn 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op basis van artikel 54, 3, g, van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening. In het geval van aanbestedende diensten of van overheidsbedrijven die niet tot het toepassingsgebied van richtlijn 83/349/EEG behoren, verstaat men onder "verbonden onderneming" elke onderneming :
        i) waarop de aanbestedende dienst of het overheidsbedrijf rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen omdat deze
        - de meerderheid van het kapitaal van de onderneming bezit, of
        - over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door de onderneming uitgegeven aandelen zijn verbonden, of
        - meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen;
        ii) of die eenzelfde overheersende invloed als in i) kan uitoefenen op de aanbestedende dienst of het overheidsbedrijf;
        iii) of die, zoals de aanbestedende dienst of het overheidsbedrijf, onder eenzelfde overheersende invloed als in 1° staat die uitgaat van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of van de voor deze laatste onderneming geldende voorschriften; ».
        Art. 9. In dezelfde wet wordt een nieuw artikel 63bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 63bis - § 1 - Een overheidsopdracht of een opdracht die het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en die gegund is met het oog op de uitoefening van meerdere werkzaamheden, is onderworpen aan de voorschriften die van toepassing zijn op de werkzaamheid waarvoor de opdracht hoofdzakelijk bedoeld is.
        § 2 - Wanneer de overheidsopdracht of de opdracht evenwel betrekking heeft op meerdere werkzaamheden en objectief onmogelijk is vast te stellen voor welke werkzaamheid deze hoofdzakelijk is bedoeld, zijn de volgende regels van toepassing :
        1° indien één van de werkzaamheden waarvoor de overheidsopdracht is bestemd, onderworpen is aan titel II van boek I en de andere werkzaamheid aan titel IV van hetzelfde boek, wordt de overheidsopdracht gegund overeenkomstig de regels van titel II;
        2° indien één van de werkzaamheden waarvoor de overheidsopdracht of de opdracht is bestemd, onderworpen is aan titel IV van boek I of aan boek II en de andere werkzaamheid niet onderworpen is aan deze titel of aan dat boek, wordt de overheidsopdracht of de opdracht gegund, naargelang van het geval, overeenkomstig de regels van titel IV van boek I of van boek II.
        § 3 - De keuze tussen één enkele overheidsopdracht of opdracht voor meerdere werkzaamheden en meerdere overheidsopdrachten of opdrachten mag niet tot doel hebben de ene of de andere aan het toepassingsgebied van deze wet te onttrekken. »
        Art. 10. In bijlage 2 van dezelfde wet, wordt voetnoot 2 aangevuld als volgt :
        « Deze uitzondering is niet toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt. »
        HOOFDSTUK III. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken
        Art. 11. In artikel 17 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, waarvan de bestaande tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
        « § 1 - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de aannemer die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een aannemer, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
        De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting. »
        Art. 12. Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, wordt aangevuld met het volgende lid :
        « Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, kan de bekwaamheid van de aannemer bovendien worden beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid. »
        Art. 13. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 20bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 20bis - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de aannemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, dient ze te verwijzen naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 20ter ingevoegd, luidende :
        « Art. 20ter - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 3, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de aannemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst ze naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer. »
        Art. 15. In artikel 43 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, waarvan de bestaande tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
        « § 1 - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 27, § 2, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de leverancier die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waaraan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een leverancier, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
        De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting. »
        Art. 16. Artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, wordt aangevuld met het volgende lid :
        « Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 27, § 2, kan, in geval van leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, de bekwaamheid van de leverancier bovendien worden beoordeeld aan de hand van met name zijn vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid. »
        Art. 17. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 46bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 46bis - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 27, § 2, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de leverancier aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst ze naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 18. In artikel 69 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, waarvan de bestaande tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
        « § 1 - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53, § 3, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de dienstverlener die bij vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waaraan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een dienstverlener, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
        De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting. »
        Art. 19. In hetzelfde besluit wordt een artikel 73bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 73bis - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53, § 3, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de dienstverlener aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst ze naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gel

        ijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 73ter ingevoegd, luidende :
        « Art. 73ter - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53, § 3, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de dienstverlener aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst ze naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer. »
        Art. 21. In artikel 75 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
        1° in § 2, wordt punt 3° als volgt gewijzigd: "3° wanneer het geraamde bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 53, § 3, worden de ontwerpen anoniem aan de jury voorgesteld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is;";
        2° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de punten 6°en 7°, luidende :
        « 6° - vóór het verstrijken van de termijn voor ontvangst van de ontwerpen neemt de jury geen kennis van de inhoud ervan.
        Ze evalueert de ontwerpen op grond van de beoordelingscriteria.
        Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op van de keuze van de ontwerpen vastgesteld op basis van hun afzonderlijke verdiensten, alsmede van haar opmerkingen en de eventuele punten die verduidelijking vergen.
        De deelnemers kunnen zo nodig worden uitgenodigd om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden.
        Van de dialoog tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld;
        7° - de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens geschieden op zodanige wijze dat de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie gehandhaafd worden. »
        Art. 22. In artikel 82 van hetzelfde besluit worden de woorden « In de zin van dit besluit » vervangen door de woorden « Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt, ».
        Art. 23. In hetzelfde besluit wordt een artikel 82bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 82bis - Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt, wordt verstaan onder":
        1° technische specificaties :
        a) in geval van een opdracht voor aanneming van werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan op objectieve wijze een werk, een materiaal, een product of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende overheid is bestemd. Tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitswaarborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering en productieprocessen en -methoden. Zij omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende overheid bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
        b) in geval van een opdracht voor aanneming van leveringen of diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden, en de procedures voor de conformiteitsbeoordeling;
        2° norm : een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
        - internationale norm: een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        - Europese norm : een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        - nationale norm : een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        3° Europese technische goedkeuring : een gunstige technische beoordeling gesteund op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan waarbij een product, gezien zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De Europese technische goedkeuring wordt verleend door een daartoe door de lidstaat erkende instelling;
        4° gemeenschappelijke technische specificaties : technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt;
        5° technisch referentiekader : ieder ander product dan de officiële normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn aangepast. »
        Art. 24. In artikel 83 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
        1° er wordt een nieuwe § 1 ingevoegd, luidende :
        "§ 1 - Dit artikel is toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt. ";
        2° de §§ 1, 2 en 3 worden de respectieve §§ 2, 3 en 4.
        Art. 25. In hetzelfde besluit wordt een artikel 83bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 83bis - § 1 - Dit artikel is toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.
        § 2 - De aanbestedende overheid neemt de technische specificaties op in de opdrachtdocumenten. Waar mogelijk worden in deze technische specificaties toegankelijkheidscriteria in overweging genomen teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, inbegrepen de personen met een handicap.
        § 3 - Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, voor zover verenigbaar met het Europees recht, worden de technische specificaties als volgt aangegeven :
        a) hetzij door verwijzing naar de technische specificaties en - in volgorde van voorkeur - naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische verwijzingssystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van producten. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
        b) hetzij in termen van prestatie-eisen en functionele eisen; deze kunnen milieukenmerken omvatten. Zij moeten echter zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers in staat zijn het voorwerp van de opdracht te bepalen en de aanbestedende overheid in staat is de opdracht te gunnen;
        c) hetzij in de onder b) bedoelde termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder a) bedoelde specificaties;
        d) hetzij door verwijzing naar de onder a) bedoelde specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder b) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere kenmerken.
        § 4 - Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in § 3, a), bedoelde specificaties, kan ze echter geen offerte weren met als reden dat de aangeboden producten en diensten niet beantwoorden aan de specificaties waarnaar zij heeft verwezen, indien de inschrijver tot voldoening van de aanbestedende overheid, in zijn offerte met elk passend middel aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen van de technische specificaties.
        Een passend middel kan bijvoorbeeld een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
        § 5 - Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de in § 3 geboden mogelijkheid prestatie-eisen of functionele eisen te stellen, mag ze geen aanbod van werken, producten of diensten afwijzen die beantwoorden aan een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die ze heeft voorgeschreven.
        De inschrijver moet in zijn offerte, tot voldoening van de aanbestedende overheid, met elk passend middel aantonen dat de aan de norm beantwoordende werken, producten of diensten aan de prestatie-eisen of functionele eisen van de aanbestedende overheid voldoen.
        Een passend middel kan een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
        § 6 - Een aanbestedende overheid die milieukenmerken voorschrijft door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen, zoals bepaald in § 3, b), kan gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of, zo nodig, van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in Europese, (pluri)nationale milieukeuren of in een andere milieukeur, voor zover :
        - deze geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;
        - de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens;
        - de milieukeuren aangenomen zijn via een proces waaraan alle betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties hebben kunnen deelnemen;
        - de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.
        De aanbestedende overheid kan aangeven dat de van een milieukeur voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de technische specificaties van het bestek; ze dient elk ander passend bewijsmiddel te aanvaarden, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.
        « Erkende organisaties" in de zin van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die voldoen aan de toepasselijke Europese normen.
        De aanbestedende overheid aanvaardt certificaten van in andere lidstaten erkende organisaties. »
        Art. 26. In artikel 110, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 18 februari 2004, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
        « Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en de aanbestedende overheid, overeenkomstig § 3, een abnormaal lage offerte heeft geweerd omdat de inschrijver overheidssteun heeft genoten die onrechtmatig is toegekend, informeert ze daarover de Europese Commissie. »
        Art. 27. In hetzelfde besluit wordt een artikel 120bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 120bis - In geval van toepassing van artikel 17, § 2, 1°, d, van de wet mogen enkel de inschrijvers worden geraadpleegd die een offerte hebben ingediend die aan de daarin vermelde eisen voldoet. »
        Art. 28. In artikel 122bis van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, worden ingevoegd tussen de woorden "Wanneer in geval van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking" en "het bedrag", de woorden "en in geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking indien meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners worden geraadpleegd,".
        Art. 29. Artikel 133, § 2, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
        « Indien de opdrachtdocumenten of de aanvullende inlichtingen tijdig zijn aangevraagd, maar om enigerlei reden niet binnen de termijnen bepaald in het eerste lid zijn verstrekt of indien de offertes slechts na raadpleging van een omvangrijke documentatie, plaatsbezoek, of inzage ter plaatse van bepaalde opdrachtdocumenten kunnen worden opgemaakt, worden de termijnen dienovereenkomstig verlengd. »
        HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten
        Art. 30. In artikel 17 van het koninklijk besluit van 10 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, waarvan de bestaande tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
        « § 1 - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 2, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de aannemer die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een aannemer, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
        De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting. »
        Art. 31. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 17quinquies ingevoegd, luidende :
        « Art. 17quinquies - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 2, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de aannemer aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, dient ze te verwijzen naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 32. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 17sexies ingevoegd, luidende :
        « Art. 17sexies - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 1, § 2, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de aannemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst ze naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer. »
        Art. 33. In artikel 39 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit vaan 25 maart 1999, waarvan de bestaande tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
        « § 1 - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 22, § 2, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de leverancier die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waaraan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van deze leverancier, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
        De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting. »
        Art. 34. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 39quinquies ingevoegd, luidende :
        « Art. 39quinquies - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 22, § 2, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de leverancier aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst ze naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 35. In artikel 60 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, waarvan de bestaande tekst § 2 zal vormen, wordt een § 1 ingevoegd, luidende :
        « § 1 - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 43, § 2, wordt in elk stadium van de gunningsprocedure uitgesloten van de toegang ertoe, de dienstverlener die bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan waarvan de aanbestedende overheid kennis heeft, veroordeeld is voor :
        1° deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 324bis van het Strafwetboek;
        2° omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek;
        3° fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002;
        4° witwassen van geld als bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
        Met het oog op de toepassing van deze paragraaf kan de aanbestedende overheid, indien zij twijfels heeft over de persoonlijke situatie van een dienstverlener, de bevoegde binnenlandse of buitenlandse autoriteiten verzoeken om de inlichtingen die ze terzake nodig acht.
        De aanbestedende overheid kan om dwingende redenen van algemeen belang afwijken van de in deze paragraaf bedoelde verplichting. »
        Art. 36. In hetzelfde besluit wordt een artikel 61bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 61bis - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 43, § 2, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de dienstverlener aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, dient ze te verwijzen naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 37. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 61 ter ingevoegd, luidende :
        « Art. 61ter - Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 43, § 2, en de aanbestedende overheid de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de dienstverlener aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst ze naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer. »
        Art. 38. In artikel 62 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
        1° in § 2, wordt punt 3° als volgt gewijzigd: "3° wanneer het geraamde bedrag van de prijsvraag voor ontwerpen gelijk is aan of hoger is dan het bedrag bepaald in artikel 43, § 2, worden de ontwerpen anoniem aan de jury voorgesteld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is;";
        2° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de punten 6° en 7°, luidende :
        « 6° - vóór het verstrijken van de termijn voor ontvangst van de ontwerpen neemt de jury geen kennis van de inhoud ervan.
        Ze evalueert de ontwerpen op grond van de beoordelingscriteria.
        Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op van de gemotiveerde keuze van de ontwerpen vastgesteld op basis van hun afzonderlijke verdiensten, alsmede van haar opmerkingen en de eventuele punten die verduidelijking vergen.
        De deelnemers kunnen zo nodig worden uitgenodigd om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden.
        Van de dialoog tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld;
        7° - de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens geschieden op zodanige wijze dat de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie gehandhaafd worden. »
        Art. 39. In artikel 67 van hetzelfde besluit worden de woorden « In de zin van dit besluit » vervangen door de woorden « Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt, ».
        Art. 40. In hetzelfde besluit wordt een artikel 67bis, ingevoegd, luidende :
        « Art. 67bis - Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt, wordt verstaan onder":
        1° technische specificaties :
        a) in geval van een opdracht voor aanneming van werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan op objectieve wijze een werk, een materiaal, een product of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende overheid is bestemd. Tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitswaarborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering en productieprocessen en -methoden.
        Zij omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende overheid bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
        b) in geval van een opdracht voor aanneming van leveringen of diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden, en de procedures voor de conformiteitsbeoordeling;
        2° norm : een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
        - internationale norm : een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        - Europese norm : een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        - nationale norm : een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        3° Europese technische goedkeuring : een gunstige technische beoordeling gesteund op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan waarbij een product, gezien zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De Europese technische goedkeuring wordt verleend door een daartoe door de lidstaat erkende instelling;
        4° gemeenschappelijke technische specificaties : technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt;
        5° technisch referentiekader : ieder ander product dan de officiële normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn aangepast. »
        Art. 41. In artikel 68 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
        1° er wordt een nieuwe § 1 ingevoegd, luidende :
        "§ 1 - Dit artikel is toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking niet bereikt. ";
        2° de §§ 1, 2, 3 en 4 worden de respectieve §§ 2, 3, 4 en 5.
        Art. 42. In hetzelfde besluit wordt een artikel 68bis ingevoegd, luidende :
        "Art. 68bis - § 1 - Dit artikel is toepasselijk op de opdrachten waarvan het geraamde bedrag het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt.
        § 2 - De aanbestedende overheid neemt de technische specificaties op in de opdrachtdocumenten. Waar mogelijk worden in deze technische specificaties toegankelijkheidscriteria in overweging genomen teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, inbegrepen de personen met een handicap.
        § 3 - Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, voor zover verenigbaar met het Europees recht, worden de technische specificaties als volgt aangegeven :
        a) hetzij door verwijzing naar de technische specificaties en - in volgorde van voorkeur - naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische verwijzingssystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van producten. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
        b) hetzij in termen van prestatie-eisen en functionele eisen; deze kunnen milieukenmerken omvatten. Zij moeten echter zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers in staat zijn het voorwerp van de opdracht te bepalen en de aanbestedende overheid in staat is de opdracht te gunnen;
        c) hetzij in de onder b) bedoelde termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder a) bedoelde specificaties;
        d) hetzij door verwijzing naar de onder a) bedoelde specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder b) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere kenmerken.
        § 4 - Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in § 3, a), bedoelde specificaties, kan ze echter geen offerte weren met als reden dat de aangeboden producten en diensten niet beantwoorden aan de specificaties waarnaar zij heeft verwezen, indien de inschrijver tot voldoening van de aanbestedende overheid, in zijn offerte met elk passend middel aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen van de technische specificaties.
        Een passend middel kan bijvoorbeeld een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
        § 5 - Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de in § 3 geboden mogelijkheid prestatie-eisen of functionele eisen te stellen, mag ze geen aanbod van werken, producten of diensten afwijzen die beantwoorden aan een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die ze heeft voorgeschreven.
        De inschrijver moet in zijn offerte, tot voldoening van de aanbestedende overheid, met elk passend middel aantonen dat de aan de norm beantwoordende werken, producten of diensten aan de prestatie-eisen of functionele eisen van de aanbestedende overheid voldoen.
        Een passend middel kan een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
        § 6 - Een aanbestedende overheid die milieukenmerken voorschrijft door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen, zoals bepaald in § 3, b), kan gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of, zo nodig, van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in Europese, (pluri)nationale milieukeuren of in een andere milieukeur, voor zover :
        - deze geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;
        - de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens;
        - de milieukeuren aangenomen zijn via een proces waaraan alle betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties hebben kunnen deelnemen;
        - de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.
        De aanbestedende overheid kan aangeven dat de van een milieukeur voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de technische specificaties van het bestek; ze dient elk ander passend bewijsmiddel te aanvaarden, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.
        « Erkende organisaties" in de zin van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die voldoen aan de toepasselijke Europese normen.
        De aanbestedende overheid aanvaardt certificaten van in andere lidstaten erkende organisaties. »
        Art. 43. In artikel 98, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 18 februari 2004, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
        « Wanneer het geraamde bedrag van de opdracht het bedrag voor de Europese bekendmaking bereikt en de aanbestedende overheid, overeenkomstig § 3, een abnormaal lage offerte heeft geweerd omdat de inschrijver overheidssteun heeft genoten die onrechtmatig is toegekend, informeert ze daarover de Europese Commissie. »
        Art. 44. In artikel 110bis van hetzelfde besluit, ingevoegd door het koninklijk besluit van 12 januari 2006, worden de woorden "en in geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking indien meerdere aannemers, leveranciers of dienstverleners worden geraadpleegd," tussen de woorden "Wanneer in geval van een onderhandelingsprocedure met bekendmaking" en "het bedrag".
        HOOFDSTUK V. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededinging in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten
        Art. 45. Artikel 14 van het koninklijk besluit van 18 juni 1996 betreffende de mededeling in het raam van de Europese Gemeenschap van sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten wordt vervangen als volgt :
        « Art. 14 - In geval de aanbestedende dienst de overlegging verlangt van door onafhankelijke instanties opgestelde verklaringen dat de aannemer, de leverancier of de dienstverlener aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsbewakingsregelingen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering. Hij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Hij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van kwaliteitsbewaking. »
        Art. 46. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 14bis ingevoegd, luidende :
        « Art. 14bis - Bij opdrachten voor aanneming van werken of diensten, indien de aanbestedende dienst de overlegging verlangt van een door onafhankelijke instanties opgestelde verklaring dat de aannemer of de dienstverlener aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst hij naar het communautaire milieubeheer- en milieuauditsysteem of EMAS of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door instanties die beantwoorden aan het Gemeenschapsrecht of aan de toepasselijke Europese of internationale normen voor certificering. Ze erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Ze aanvaardt tevens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het vlak van milieubeheer. »
        Art. 47. In artikel 16 van hetzelfde besluit gewijzigd door de koninklijke besluiten van 25 maart 1999 en van 18 februari 2004, wordt het tweede lid vervangen als volgt :
        « Indien de aanbestedende dienst een abnormaal lage offerte heeft geweerd omdat de inschrijver overheidssteun heeft genoten die onrechtmatig is toegekend, informeert hij daarover de Europese Commissie. »
        Art. 48. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
        1° in § 2, wordt punt 3° als volgt gewijzigd: "3° de ontwerpen worden anoniem aan de jury voorgesteld. De anonimiteit wordt geëerbiedigd tot de beslissing of het advies van de jury bekend is;";
        2° dezelfde paragraaf wordt aangevuld met de punten 6° en 7°, luidende :
        « 6° - vóór het verstrijken van de termijn voor ontvangst van de ontwerpen neemt de jury geen kennis van de inhoud ervan.
        Ze evalueert de ontwerpen op grond van de beoordelingscriteria.
        Ze stelt een door alle leden ondertekend proces-verbaal op van de gemotiveerde keuze van de ontwerpen vastgesteld op basis van hun afzonderlijke verdiensten, alsmede van haar opmerkingen en de eventuele punten die verduidelijking vergen.
        De deelnemers kunnen zo nodig worden uitgenodigd om de in het proces-verbaal vermelde opmerkingen en vragen te beantwoorden.
        Van de dialoog tussen de juryleden en de deelnemers wordt eveneens een volledig proces-verbaal opgesteld;
        7° - de mededelingen, uitwisselingen en opslag van gegevens geschieden op zodanige wijze dat de integriteit en het vertrouwelijk karakter van de door de deelnemers ingezonden informatie gehandhaafd worden. »
        Art. 49. Het opschrift van hoofdstuk IIIbis van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : "Hoofdstuk IIIbis - Voorwaarden voor het gebruik van elektronische middelen en vertrouwelijkheid van de informatie".
        Art. 50. In hetzelfde besluit wordt een nieuwe artikel 19sexies ingevoegd, luidende :
        « Art. 19sexies - De mededeling, de uitwisseling en het opslaan van informatie geschieden op zodanige wijze dat de integriteit van de gegevens en de vertrouwelijkheid van de aanvragen tot deelneming en van de inschrijvingen gewaarborgd zijn en dat de aanbestedende dienst pas bij het verstrijken van de uiterste termijn voor de indiening kennisneemt van de inhoud van de aanvragen tot deelneming en van de offertes. »
        Art. 51. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
        « Art. 20 - in de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
        1° technische specificaties :
        a) in geval van een opdracht voor aanneming van werken : alle technische voorschriften, met name die welke zijn opgenomen in de opdrachtdocumenten, die een omschrijving geven van de vereiste kenmerken van een werk, een materiaal, een product of een levering en aan de hand waarvan op objectieve wijze een werk, een materiaal, een product of een levering zodanig kan worden omschreven dat dit beantwoordt aan het gebruik waarvoor het door de aanbestedende dienst is bestemd. Tot deze kenmerken behoren ook het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, veiligheid of afmetingen, met inbegrip van kwaliteitswaarborgingsprocedures, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering en productieprocessen en -methoden. Zij omvatten eveneens de voorschriften voor het ontwerpen en het berekenen van het werk, de voorwaarden voor proefnemingen, controle en oplevering van de werken, alsmede de bouwtechnieken of bouwwijzen en alle andere technische voorwaarden die de aanbestedende dienst bij algemene dan wel bijzondere maatregel kan voorschrijven met betrekking tot de voltooide werken en tot de materialen of bestanddelen waaruit deze werken zijn samengesteld;
        b) in geval van een opdracht voor aanneming van leveringen of diensten : een specificatie die voorkomt in een document ter omschrijving van de vereiste kenmerken van een product of dienst, zoals het niveau van kwaliteit, het niveau van milieuvriendelijkheid, een ontwerp dat voldoet voor alle gebruik met inbegrip van de toegankelijkheid voor personen met een handicap, en de conformiteitsbeoordeling, gebruiksgeschiktheid, gebruik, veiligheid of afmetingen van het product, met inbegrip van de voor het product geldende voorschriften inzake handelsbenaming, terminologie, symbolen, proefnemingen en proefnemingsmethoden, verpakking, markering en etikettering, gebruiksaanwijzingen, productieprocessen en -methoden, en de procedures voor de conformiteitsbeoordeling;
        2° norm : een technische specificatie die door een erkende normalisatie-instelling voor herhaalde of voortdurende toepassing is goedgekeurd, waarvan de inachtneming niet verplicht is en die tot een van de volgende categorieën behoort :
        - internationale norm: een norm die door een internationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        - Europese norm : een norm die door een Europese normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        - nationale norm : een norm die door een nationale normalisatie-instelling wordt aangenomen en ter beschikking van het publiek wordt gesteld;
        3° Europese technische goedkeuring : een gunstige technische beoordeling gesteund op de bevinding dat aan de essentiële eisen wordt voldaan waarbij een product, gezien zijn intrinsieke eigenschappen en de voor de toepassing en het gebruik ervan vastgestelde voorwaarden, geschikt wordt verklaard voor het gebruik voor bouwdoeleinden. De Europese technische goedkeuring wordt verleend door een daartoe door de lidstaat erkende instelling;
        4° gemeenschappelijke technische specificaties : technische specificaties die zijn opgesteld volgens een door de lidstaten erkende procedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie wordt bekendgemaakt;
        5° technisch referentiekader : ieder ander product dan de officiële normen, dat door de Europese normalisatie-instellingen is opgesteld volgens procedures die aan de ontwikkeling van de marktbehoeften zijn aangepast. »
        Art. 52. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
        « Art. 21 - § 1 - De aanbestedende dienst neemt de technische specificaties op in de opdrachtdocumenten. Waar mogelijk worden in deze technische specificaties toegankelijkheidscriteria in overweging genomen teneinde rekening te houden met de behoeften van alle gebruikers, inbegrepen de personen met een handicap.
        § 2 - Onverminderd de verplichte nationale technische voorschriften, voor zover verenigbaar met het Europees recht, worden de technische specificaties als volgt aangegeven :
        a) hetzij door verwijzing naar de technische specificaties en - in volgorde van voorkeur - naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische goedkeuringen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische verwijzingssystemen, of, bij ontstentenis daarvan, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van werken en het gebruik van producten. Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden "of gelijkwaardig";
        b) hetzij in termen van prestatie-eisen en functionele eisen; deze kunnen milieukenmerken omvatten. Zij moeten echter zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers in staat zijn het voorwerp van de opdracht te bepalen en de aanbestedende dienst in staat is de opdracht te gunnen;
        c) hetzij in de onder b) bedoelde termen van prestatie-eisen en functionele eisen, waarbij onder vermoeden van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder a) bedoelde specificaties;
        d) hetzij door verwijzing naar de onder a) bedoelde specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de onder b) bedoelde prestatie-eisen en functionele eisen voor andere kenmerken.
        § 3 - Wanneer de aanbestedende dienst gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in § 2, a), bedoelde specificaties, kan hij echter geen offerte weren met als reden dat de aangeboden producten en diensten niet beantwoorden aan de specificaties waarnaar hij heeft verwezen, indien de inschrijver tot voldoening van de aanbestedende dienst, in zijn offerte met elk passend middel aantoont dat de door hem voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de eisen van de technische specificaties.
        Een passend middel kan bijvoorbeeld een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
        § 4 - Wanneer de aanbestedende dienst gebruik maakt van de in § 2 geboden mogelijkheid prestatie-eisen of functionele eisen te stellen, mag hij geen aanbod van werken, producten of diensten afwijzen die beantwoorden aan een nationale norm waarin een Europese norm is omgezet, aan een Europese technische goedkeuring, aan een gemeenschappelijke technische specificatie, aan een internationale norm, of aan een door een Europese normalisatie-instelling opgestelde technisch referentiesysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de prestaties of functionele eisen die hij heeft voorgeschreven.
        De inschrijver moet in zijn offerte, tot voldoening van de aanbestedende dienst, met elk passend middel aantonen dat de aan de norm beantwoordende werken, producten of diensten aan de prestatie-eisen of functionele eisen van de aanbestedende dienst voldoen.
        Een passend middel kan een technisch dossier van de fabrikant zijn of een testverslag van een erkende organisatie.
        § 5 - Een aanbestedende dienst die milieukenmerken voorschrijft door verwijzing naar prestatie-eisen of functionele eisen, zoals bepaald in § 2, b), kan gebruik maken van de gedetailleerde specificaties of, zo nodig, van gedeelten daarvan, zoals vastgesteld in Europese, (pluri)nationale milieukeuren of in een andere milieukeur, voor zover :
        - deze geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van de leveringen of diensten waarop de opdracht betrekking heeft;
        - de vereisten voor de keur zijn ontwikkeld op grond van wetenschappelijke gegevens;
        - de milieukeuren aangenomen zijn via een proces waaraan alle betrokkenen, zoals regeringsinstanties, consumenten, fabrikanten, kleinhandel en milieuorganisaties hebben kunnen deelnemen;
        - de keuren toegankelijk zijn voor alle betrokken partijen.
        De aanbestedende dienst kan aangeven dat de van een milieukeur voorziene producten of diensten worden geacht te voldoen aan de technische specificaties van het bestek; hij dient elk ander passend bewijsmiddel te aanvaarden, zoals een technisch dossier van de fabrikant of een testverslag van een erkende organisatie.
        "Erkende organisaties" in de zin van dit artikel zijn testlaboratoria, ijklaboratoria en inspectie- en certificatieorganisaties die voldoen aan de toepasselijke Europese normen.
        De aanbestedende dienst aanvaardt certificaten van in andere lidstaten erkende organisaties.
        § 6 - Behalve indien dit door het voorwerp van de opdracht gerechtvaardigd is, mag in de technische specificaties geen melding worden gemaakt van een bepaald fabrikaat of een bepaalde herkomst of van een volgens bijzondere werkwijzen verkregen fabrikaat, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd. Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering toegestaan wanneer een voldoende nauwkeurige en begrijpelijke beschrijving van het voorwerp van de opdracht niet mogelijk is door toepassing van de leden 3 en 4; deze vermelding of verwijzing moet vergezeld gaan van de woorden "of gelijkwaardig". »
        Art. 53. Artikel 22, § 3, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
        « Een variante mag niet geweerd worden om de enkele reden dat een opdracht voor aanneming van diensten daardoor een opdracht voor aanneming voor leveringen zou worden en omgekeerd. »
        Art. 54. In artikel 33 van hetzelfde besluit, gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 maart 1999, worden de §§ 3 en 4, eerste lid, vervangen als volgt :
        « § 3 - De aannemers, leveranciers of dienstverleners worden door de aanbestedende dienst schriftelijk en zo spoedig mogelijk op de hoogte gebracht van de beslissingen die betrekking hebben op de gunning van de opdracht. Hetzelfde geldt voor de beslissing om af te zien van de gunningsprocedure en, eventueel, een nieuwe procedure te beginnen. »
        § 4 - De aanbestedende dienst deelt zo spoedig mogelijk en ten laatste binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de ontvangst van het schriftelijk verzoek aan elke afgewezen kandidaat of inschrijver de motieven voor de afwijzing van zijn aanvraag tot deelneming of zijn offerte mee, en aan iedere inschrijver die een aan de eisen beantwoordende offerte heeft ingediend, de kenmerken en de voordelen van de gekozen offerte, alsook de naam van de begunstigde. »
        HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen
        Art. 55. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2008. De overheidsopdrachten en de opdrachten gepubliceerd vóór deze datum of waarvoor, bij ontstentenis van een bekendmaking van aankondiging, vóór deze datum uitgenodigd wordt om zich kandidaat te stellen of om een offerte in te dienen, blijven onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die gelden op het ogenblik van de aankondiging of van de uitnodiging.
        Art. 56. Onze Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
        Gegeven te Brussel, 23 november 2007.
        ALBERT
        Van Koningswege :
        De Eerste Minister,
        G. VERHOFSTADT


        Publicatie : 2007-12-07